dinsdag 29 juli 2014

Macchiaioli

Wie de kunstgeschiedenis bestudeert, wordt in de regel geleid langs de grote, vernieuwende stromingen die zich in de loop van de tijd manifesteerden. Kleinere en meer lokale "scholen" blijven daarbij vaak buiten beschouwing.
Gelukkig zijn er de musea die geduldig wachten totdat wij de tijd nemen om  kennis te maken en te genieten. Zo ook bij de Italiaanse school van de "Macchiaioli", die in de 19e eeuw brak met de academische traditie. Deze schildersgroep, die ontstond in Florence in het Caffè Michelangelo in de Via Cavour, streefde naar het vangen van licht, schaduw en kleur in het schilderij. Licht, kleur en schaduw zijn de belangrijkste componenten, waarmee het schilderij in abstracte vormen wordt opgebouwd. 
Arno bij Bellariva door Giovanni Fattori

Het bovenstaande schilderij van Giovanni Fattori, de belangrijkste schilder van deze stroming, laat duidelijk zien hoe dicht de opvattingen van de "Macchiaioli" staan bij die van de academie en ons enthousiasme was dan ook groot. De Italiaanse impressionisten werden ze wel genoemd, maar dat is onterecht volgens Joan Reifsnyder, de technische kunsthistorica van de academie, die bevlogen rondleidt in de Galleria d'Arte Moderna van het Palazzo Pitti: een schilderij van een Macchiaioli-schilder werd veel meer expliciet opgebouwd met licht- en schaduwvlakken.  

"Macchie", vlekken, dat zagen hun criticasters, die hen afdeden als te schetsmatig en onvolledig. Dat is een mening en dat mag! Veel van het werk van deze meesters, zoals Antonio Ciseri, was echter een combinatie van academisch werken en het vormgeven met licht en schaduw, zoals in het imposante "Ecce homo" hier beneden. Helaas is in dit plaatje nauwelijks te vangen hoe het licht het dramatische effect van de afbeelding tot grote hoogte brengt. 


De natuurlijkheid van het werk van de "Macchiaioli" staat in scherp contrast met de extravagantie van het Palazzo Pitti interieur en werkt zo ook nog eens verademend. Twee middagen hebben we doorgebracht in de Galleria om de geest van deze schildersclub te vangen en hun techniek te doorgronden: een groot genoegen en heel leerzaam. Zo heeft Florence onze kennis vergroot, onze inzichten verdiept en ons een blijvende inspiratiebron geboden. Arrivederci Firenze!

Afsluiting

De vier weken landschap schilderen zitten er op en zijn omgevlogen. De laatste week hebben we door een internetstoring niets aan het blog kunnen toevertrouwen. We zijn inmiddels weer heelhuids terug in Limburg voor diegenen die zich ongerust maken.
Na mijn laatste bericht over het slechte weer en de onverwachte portretsessie zijn we weer naar de oevers van de Arno gegaan, dit keer voor de zekerheid onder een brug. Ik heb altijd al vermoed dat ik  nog eens onder een brug zou eindigen. 's Nachts slapen daar mensen. Er ligt veel afval en zelfs hier en daar een spuit. De schrijnende onderkant van de samenleving.
Florence is overigens een schone stad. Elke ochtend vroeg en 's avonds na de markten trekt er een brigade schoonmakers door de stad om alles schoon te spuiten en te vegen.

Ik heb dit keer gekozen voor een plek laag boven het water met uitzicht op een brug over het water, de Ponte alla Carraia. Door het lage standpunt kon ik onder deze brug doorkijken en zodoende had ik ook zicht op twee andere bruggen, de Ponte Santa Trinita en de bekende Ponte Vecchio. Aan de overkant van het water vormt de huizenrij een prachtige perspectieflijn wat extra diepte geeft aan het tafereel en aan de rechterkant is de begroeiing zichtbaar op de oever. Perspectieflijnen zijn belangrijk in een landschap en de kijker wordt uitgenodigd om deze lijnen te volgen en benieuwd te zijn naar wat zich achter de horizon bevindt. In dit geval moet je dan geen watervrees hebben.
Het weer was wisselvallig en daar moet je als je buiten schildert rekening mee houden. Bij aanvang van de schilderssessie scheen de zon volop en stond voor ons. Je ziet dan ook dat er grote contrasten in het landschap ontstaan. Je moet meteen een keuze maken en bij de eerste schets de toonwaardes en schaduwen aangeven. Later die ochtend begon de lucht te betrekken en ziet alles er heel anders uit. Dan is het zaak om je vast te houden aan de eerste opzet. Hieronder het resultaat.

Ponte alla Carraia
Later die week hebben we een zonsondergang geschilderd. Rond een uur of 8 verzamelen aan de overkant van bovenstaand water, over de brug linksaf. Gezicht naar het westen en vastleggen wat je ziet. Daniela heeft in die tijd 7 schetsen geschilderd van telkens weer veranderende luchten. Ik heb er in dat uur slechts een gemaakt waarvan onderstaand de afbeelding.


Deze laatste opmerking is van groter belang dan de oppervlakkige lezer zou denken. Velen, mijzelf incluis, willen, als ze gaan schilderen, iets maken wat direct aan de muur kan worden gehangen. Dit idee moet worden losgelaten. Het zorgt ervoor dat je een zekere losheid krijgt bij het schilderen. Van de tien schildersschetsen die Daniela maakt zijn er slechts vier of vijf de moeite waard om uit te werken.
Een andere opmerking die mij beklijft is de volgende. "Schilder datgene wat je ziet, niet wat je zou willen zien".
Vertaal een landschap in abstracte vormen en ga nog niet op de details in. Zie een boom als een donkere abstracte vorm niet als een boom. Zie een weg niet als een weg maar als een vlak met lichte abstracte vormen en donkere abstracte vormen in de schaduw. Met andere woorden kijk, kijk en kijk. Schakel je hersens zoveel mogelijk uit. Velen doen dit al dagelijks dus zo moeilijk kan dit niet zijn. Net als bij het schilderen van een portret vullen onze hersenen in wat we zien en vergeten we te kijken hoe het oog nu echt in elkaar zit. Zo is het ook met het landschap.


maandag 21 juli 2014

Maandag 21 juli

Het was vandaag de bedoeling om te gaan schilderen in Palazzo Pitti. Maar de weergoden waren ons niet best gezind. Het heeft de hele ochtend geregend en gebliksemd. We hebben ons toevlucht gezocht in het atelier van Daniela waar ze ons een demonstratie heeft gegeven van het opzetten van een portret. Dat was natuurlijk wel een mooie afwisseling van het programma ook al kwam ik daar niet voor. Een van de cursisten, Anne uit Denemarken, heeft model gezeten.


Ook bij het portret draait het om licht en donker. Eerst de tekening, daarna de toonwaarde en dan pas de kleur. Eigenlijk doen wij in de cursus in Margraten niet anders. Het enig grote verschil is dat Daniela geen grisaille maakt maar direct overgaat in kleur. De schaduwpartijen heeft ze er direct bij de eerste schets al ingezet. Ze maakt vier tinten huidskleur aan met, schrik niet, zwart, vermiljoen, gele oker, ruwe omber en titaan wit. Vier tinten huidskleur van heel donker tot heel licht.
Het is ook bij het portret heel belangrijk om de toonwaardes te houden tijdens het schilderproces net als bij het landschap. Het is heel verleidelijk om er met huidskleur overheen te gaan waardoor de toonwaarde zijn donkerte verliest. Charley en ik besluiten om portret te gaan doen, de rest kiest voor een stilleven. Anne heeft weer model gezeten en van 10 tot 12.30 was ze van ons.
Ik had maar een klein paneeltje bij me en moest mijn ezel een stuk verder naar voren zetten dan Daniela heeft gedaan. Op de foto zie je dat haar ezel naast Anne staat. Dit heeft te maken met de sight-size methode die we bij het opzetten van het portret gebruiken.

Dit is dan het resultaat van een ochtendje portret. Volgens de methode van Daniela en de academie Florence nog teveel detail maar ik ben best tevreden.

Adam en Eva

In Florence is zovéél kunst te zien, teveel misschien. Veel wordt gezien en opgeslagen, of niet, in een hoekje van ons geheugen. En dan opeens sta je voor een schilderij of fresco dat een diepe indruk maakt. Dat uitnodigt tot kijken, kijken, kijken eerst, dan tot een nadere beschouwing en tenslotte tot reflectie. In de Capella Brancacci, deel van de Santa Maria del Carmine, zijn de beroemde fresco’s van Masolino en Masaccio te bewonderen. Het is niet druk in de kapel (een clubje Italiaanse tieners met gids trekt snel langs), dus er is alle gelegenheid om deze beroemde fresco’s te bekijken. Wereldberoemd, niet alleen nu, maar ook in de afgelopen eeuwen toen aankomende schilders hier op excursie kwamen om de door Masaccio ontwikkelde clair-obscure technieken en zijn ontdekkingen op het gebied van perspectief af te kijken. In deze kapel werkten twee vakmensen samen aan de frescocyclus “Het leven van de heilige Petrus”. Twee zo verschillende kunstenaars, Masolino nog uit de gotische school en Masaccio, de grote vernieuwer. Het meest komt dit tot uitdrukking in de Adam en Eva, door beide in een fresco afgebeeld. De verschillende weergaves leiden ons tot het grote verhaal van de renaissance, de wending van concentratie op religie, op God, naar een focus op de mens zelf, “niet meer als Gods beeld en gelijkenis, maar omwille van zichzelf; niet meer in groepsverband maar op heel eigen benen”, zo beschrijft Hélène Nolthénius dit in “Renaissance in mei”. Ze maakt hierbij een koppeling naar het individuele, morele besef. En juist de aan- of afwezigheid van dit besef is wat de Adam en Eva fresco’s zo verschillend maakt. Op Masolino’s fresco zien we een fraai afgebeelde Adam en Eva met een slang met mensenhoofd in de boom. Man en vrouw, al een heel eind afgebeeld als individu en niet meer als sjabloon, staan braaf naast elkaar in een samenspraak over het merkwaardige wezen boven hun hoofd. Het beeld houdt (ons) op afstand, we weten wel wat er gebeuren gaat, maar  het raakt ons niet echt: o ja, de zondeval! Beschaafd en ook heel decoratief.
Dan Masaccio!! Hier zien we Adam en Eva op het moment dat ze worden weggestuurd uit het paradijs door een heel boze God, overduidelijk in zijn boodschap. Adam en Eva beseffen ten volle wat er net is gebeurd: Adam slaat zijn handen voor de ogen, Eva bedekt haar naaktheid. Ze zijn verpletterd in hun zojuist verloren onschuld en voelen voor het eerst wat het betekent om mens te zijn: de menselijke conditie,  de tragiek, en ook de verantwoordelijkheid voor eigen moraal! Een meesterwerk, in technisch opzicht maar ook in het vermogen de mens in zijn kern weer te geven. Een schok moet het zijn geweest voor de toenmalige toeschouwer, en wat een verpletterende indruk maakt het op ons! De rest van de fresco’s wordt bewonderd, de uitleg over de technische verschillen verder braaf opgeslagen, maar wat voorlopig in het hoofd blijft hangen is dit indringende beeld, dat zijn actualiteit niet verloren heeft!!
 

                                                                                                                                             

vrijdag 18 juli 2014

Vervolg Boboli


Vrijdag 18 juli, vervolg landschap van donderdag
Iedereen is nu natuurlijk benieuwd hoe het landschap is geworden. Troost je, ik ook. Maar eerst enkele belangrijke opmerkingen van de docente om een idee te geven van de filosofie die men hier aanhangt bij het maken van een landschap.
Men spreekt hier van een drietrapsraket van een landschap in volgorde van belangrijkheid
1.  Tekening / schets landschap
2.  Toonwaarde
3.  Kleur
Dit is de volgorde die je volgt bij het opzetten van een landschap. Toonwaarde is dus belangrijker dan kleur. Bij het werken met kleur is het risico groot dat je de toonwaardeverschillen verliest. Wat donker was wordt minder donker en wat licht was wordt minder licht. Wat overblijft is een soep.
stop daarom regelmatig met schilderen om het schilderij van een afstand te bekijken om zodoende de toonwaardeverschillen te bewaken.
Andere belangrijke opmerking

De mate van detaillering en ritmische patronen
Wat betreft de detaillering; ga niet te ver en weet dat je op tijd moet stoppen. Prijsgeven van details gaat ten koste van het spanningsveld in je schilderij waardoor de kijker zijn belangstelling verliest. Vergelijk het met een dichter en een lezer. Een dichter schrijft poëzie en de lezer analyseert het gedicht. Bij het landschap is de schilder de dichter en de kijker de lezer, de analyticus die analyseert wat hij ziet. In een gedicht kun je met een paar sterke zinnen een wereld beschrijven, een wereld die door de lezer op zijn of haar manier wordt geïnterpreteerd. Zo werkt dat ook bij een landschap.

Voorkom ritmische patronen zoals takken op dezelfde afstand en in dezelfde richting geschilderd met dezelfde penseelvoering. Probeer te variëren met penseelgrootte, met streekrichting en afstand.
Verder met mijn landschap. Ik heb de kleuren van de bomen in de verte iets meer blauw gemaakt om de verte te suggereren. Als eerste heb ik huizen op de voorgrond erin gezet. Dit heb ik gedaan door het aangeven van rode daken, lichte gevels en beschaduwde gevels. Rechts op de voorgrond het Palazzo Pitti. Bij het schilderen van huizen moet je dus ook oppassen niet teveel regelmatige patronen te gebruiken.

 
 
Volgende stap is het schilderen van alle groene partijen. Voor de bomen en heggen achter de vijver maak ik een keuze voor een bepaalde hoofdkleur groen. Ik neem een deel van deze kleur apart en geef hier wat meer croma aan door er cadmium geel en ceruleum blauw aan toe te voegen. Zowel dit geel als het blauw hebben een sterk croma. Ik neem nog een deel van de hoofdkleur en maak er een donkere versie van door toevoeging van ruwe omber, gebrande Siena en een beetje zwart en ultramarijn blauw. Wat overblijft zijn drie kleuren groen waarmee ik de bomen en struiken te lijf ga.
 
 
Het is belangrijk om je te concentreren op de abstracte vormen in het groen. De vorm van een schaduw, de vorm van de lichte delen. Kijk naar de zijkant van de boom of struik, de voorkant, de belichte kant, de onderkant. Elk deel heeft zijn eigen toonwaarde. Hiermee maak je de boom of struik driedimensionaal.
Zet de verf of met strepen en vlakken en houdt de abstracte vormen in de gaten. Door de oogharen kijken en regelmatig afstand nemen. Verlies jezelf niet teveel in details en werk niet teveel nat in nat. Het is dan ook van essentieel belang om voor elke kleur of in elk geval toonwaarde een schone kwast te gebruiken. Daarmee voorkom je dat je struik een groentesoep wordt.


 
 

Tot slot zet ik de kleur van het gras op de voorgrond erin waarbij ik rekening houd met het scherpe contrast met de schaduwen. De boom op de voorgrond die nog meer diepte aan het landschap geeft krijgt kleur en klaar is Kees. Het beeld in de vijver heb ik meer gesuggereerd dan geschilderd en toch is duidelijk te zien dat daar iemand met een grote vork probeert te vissen. en dat in zijn blootje. Rare lui die Florentijnen.

donderdag 17 juli 2014

Donderdag 17 juli

Weer een dagje Boboli tuinen. Dit keer verzamelen we bij de ingang van Palazzo Pitti. Het schildergezelschap struint door de tuinen op zoek naar een goed plekje. Ik geloof dat ik meer oog had voor de stand van de zon; met dit weer kun je maar beter in de schaduw blijven. Ik zal in dit blog proberen om de totstandkoming van een schilderij stap voor stap te laten zien.
Allereerst mijn plekje in de schaduw met een overzicht over de stad en de bergen in de verte, de vijver op de voorgrond en het vele groen van de tuinen.


Als je door de oogharen kijkt zie je wat er gebeurt met licht en donker. De schaduwen op het gras en het schrille contrast met het pad, de donkere boom op de voorgrond die mooi afsteekt tegen de lucht. Maar ook de lijnen in het landschap, de diagonalen, perspectieflijnen. Die maken een landschap aantrekkelijk. Dat zijn dingen waar ik op let los van een mooi plekje in de schaduw.
Eerst maar eens een schets opzetten.

 
 
Ik heb dit keer een schets opgezet met potlood omdat er teveel details instaan die ik goed onder controle wil hebben. Met arceringen geef ik de donkere delen weer. Natuurlijk vereist dit een zekere tekenvaardigheid. Heb je die niet of vertrouw je er niet op dan kun je altijd de sight-size methode gebruiken. Je kunt natuurlijk ook werken aan de hand van een foto met de overtrekmethode of met behulp van ruitjes. Alles mag maar er gaat niets boven lekker met je kop in de wind aan het werk gaan.


Met een mengsel van ruwe omber en gebrande Siena zet je de verschillende toonwaarde in het landschap op. Bij de lichtere tonen gebruik ik gewoon iets meer medium (olie met terpentijn). Het landschap begint zich al af te tekenen. Op de voorgrond heb ik het lichtkleurige wandelpad al aangegeven.


Ik begin met de lucht. De bovenste luchtlagen worden gemaakt met een mengsel van wit met ceruleum blauw en voor de onderste en verst verwijderde delen gebruik ik iets meer alizarine crimson en gele oker. Dat heeft te maken met de atmosfeer en de luchtvervuiling. Op de foto is goed te zien dat de toonwaarde van de bergen ongeveer gelijk is aan die van de lucht. Deze worden er dan ook heel licht ingeschilderd. Ik zet de kleur van de lucht meteen in het water van de vijver.


Ik ga verder met de huizen en bomen in de verte. Deze krijgen een blauwige kleur waarbij het weer belangrijk is te kijken naar het verschil in toonwaarde met de bergen op de achtergrond. Dat geldt ook voor de boom die rechts voor de bergen omhoog steekt. De toonwaarde van deze boom is beduidend donkerder dan de achtergrond.


De volgende stap is het aanbrengen van de groene kleuren. Omdat het al laat wordt concentreer ik me op de vijver met het beeld. Het aangeven van de rand van de vijver is een precies werkje en ook de juiste kleur van het water met de weerspiegelingen is belangrijk. Tot slot nog even het beeld opzetten en ik vind het mooi geweest voor vandaag. Morgen verder; dan is ook de belichting weer zoals die aan het begin van de sessie was. De kleur van deze foto is anders dan de vorige omdat deze binnen is genomen. Ik zal het volgende blog beginnen met deze foto maar dan in de juiste kleurstelling.

Ik hoop dat deze stap voor stap benadering een tipje van de sluier oplicht van de procedure van het schilderen aan de academie Florence. De methode die in mijn cursus portretschilderen wordt gebruikt met een grisaille (zwart-witte onderschildering) met daar overheen de kleur wordt hier ook gehanteerd. Ook bij landschap dus. Daniela is hier een beetje vanaf gestapt omdat de donkere kleuren van de onderschildering het landschap gaan overheersen.
 



woensdag 16 juli 2014

La casa del Giardino

De tweede dag Boboli tuinen. Er valt nog heel wat te doen aan mijn landschap. Alleen al het schilderen van een naaldboom. Je probeert bij het opzetten van een landschap alle vormen die je door je oogharen ziet in abstracte vorm weer te geven. Bij een naaldboom zijn er nogal wat grijze gebieden waar heel veel lucht doorschijnt. Hier kun je nauwelijks een abstracte vorm in ontdekken.
De licht vlekken op de stam van de boom op de voorgrond hadden een gelijkmatig en ritmisch patroon. Daarmee wordt het voorspelbaar en saai.
Ik ben verder bezig geweest met de groene kleuren en het bewaken van het contrast. Ik merk aan de opmerkingen van Daniela dat zij ook gebruik maakt van kleurcontrasten. Warme tonen naast koele tonen. Dat geeft mij een bevestiging dat ik thuis ook goed bezig ben in de cursus. In de donkergroene kleur van de dennentakken smeert ze wat gele oker en gebrande Siena. De gebrande omber bast van de dennenboom krijgt een snufje ultramarijn blauw. De zonnige kant van de rechterboom krijgt een warm wit terwijl de schaduwkant meer blauwig wordt gehouden.
De schaduwen op de voorgrond zijn blauwgrijs van kleur terwijl de lichte vlekken op het wegdek oranjewit zijn.

Hierbij dan de afbeelding van weer een landschap.



De tuinlieden, bij mij in de buurt aan het werk, waren enthousiast. En ook Daniela, en dat is de belangrijkste graadmeter, was lovend. Zou ik dan toch de slag te pakken krijgen.