donderdag 17 juli 2014

Donderdag 17 juli

Weer een dagje Boboli tuinen. Dit keer verzamelen we bij de ingang van Palazzo Pitti. Het schildergezelschap struint door de tuinen op zoek naar een goed plekje. Ik geloof dat ik meer oog had voor de stand van de zon; met dit weer kun je maar beter in de schaduw blijven. Ik zal in dit blog proberen om de totstandkoming van een schilderij stap voor stap te laten zien.
Allereerst mijn plekje in de schaduw met een overzicht over de stad en de bergen in de verte, de vijver op de voorgrond en het vele groen van de tuinen.


Als je door de oogharen kijkt zie je wat er gebeurt met licht en donker. De schaduwen op het gras en het schrille contrast met het pad, de donkere boom op de voorgrond die mooi afsteekt tegen de lucht. Maar ook de lijnen in het landschap, de diagonalen, perspectieflijnen. Die maken een landschap aantrekkelijk. Dat zijn dingen waar ik op let los van een mooi plekje in de schaduw.
Eerst maar eens een schets opzetten.

 
 
Ik heb dit keer een schets opgezet met potlood omdat er teveel details instaan die ik goed onder controle wil hebben. Met arceringen geef ik de donkere delen weer. Natuurlijk vereist dit een zekere tekenvaardigheid. Heb je die niet of vertrouw je er niet op dan kun je altijd de sight-size methode gebruiken. Je kunt natuurlijk ook werken aan de hand van een foto met de overtrekmethode of met behulp van ruitjes. Alles mag maar er gaat niets boven lekker met je kop in de wind aan het werk gaan.


Met een mengsel van ruwe omber en gebrande Siena zet je de verschillende toonwaarde in het landschap op. Bij de lichtere tonen gebruik ik gewoon iets meer medium (olie met terpentijn). Het landschap begint zich al af te tekenen. Op de voorgrond heb ik het lichtkleurige wandelpad al aangegeven.


Ik begin met de lucht. De bovenste luchtlagen worden gemaakt met een mengsel van wit met ceruleum blauw en voor de onderste en verst verwijderde delen gebruik ik iets meer alizarine crimson en gele oker. Dat heeft te maken met de atmosfeer en de luchtvervuiling. Op de foto is goed te zien dat de toonwaarde van de bergen ongeveer gelijk is aan die van de lucht. Deze worden er dan ook heel licht ingeschilderd. Ik zet de kleur van de lucht meteen in het water van de vijver.


Ik ga verder met de huizen en bomen in de verte. Deze krijgen een blauwige kleur waarbij het weer belangrijk is te kijken naar het verschil in toonwaarde met de bergen op de achtergrond. Dat geldt ook voor de boom die rechts voor de bergen omhoog steekt. De toonwaarde van deze boom is beduidend donkerder dan de achtergrond.


De volgende stap is het aanbrengen van de groene kleuren. Omdat het al laat wordt concentreer ik me op de vijver met het beeld. Het aangeven van de rand van de vijver is een precies werkje en ook de juiste kleur van het water met de weerspiegelingen is belangrijk. Tot slot nog even het beeld opzetten en ik vind het mooi geweest voor vandaag. Morgen verder; dan is ook de belichting weer zoals die aan het begin van de sessie was. De kleur van deze foto is anders dan de vorige omdat deze binnen is genomen. Ik zal het volgende blog beginnen met deze foto maar dan in de juiste kleurstelling.

Ik hoop dat deze stap voor stap benadering een tipje van de sluier oplicht van de procedure van het schilderen aan de academie Florence. De methode die in mijn cursus portretschilderen wordt gebruikt met een grisaille (zwart-witte onderschildering) met daar overheen de kleur wordt hier ook gehanteerd. Ook bij landschap dus. Daniela is hier een beetje vanaf gestapt omdat de donkere kleuren van de onderschildering het landschap gaan overheersen.
 



woensdag 16 juli 2014

La casa del Giardino

De tweede dag Boboli tuinen. Er valt nog heel wat te doen aan mijn landschap. Alleen al het schilderen van een naaldboom. Je probeert bij het opzetten van een landschap alle vormen die je door je oogharen ziet in abstracte vorm weer te geven. Bij een naaldboom zijn er nogal wat grijze gebieden waar heel veel lucht doorschijnt. Hier kun je nauwelijks een abstracte vorm in ontdekken.
De licht vlekken op de stam van de boom op de voorgrond hadden een gelijkmatig en ritmisch patroon. Daarmee wordt het voorspelbaar en saai.
Ik ben verder bezig geweest met de groene kleuren en het bewaken van het contrast. Ik merk aan de opmerkingen van Daniela dat zij ook gebruik maakt van kleurcontrasten. Warme tonen naast koele tonen. Dat geeft mij een bevestiging dat ik thuis ook goed bezig ben in de cursus. In de donkergroene kleur van de dennentakken smeert ze wat gele oker en gebrande Siena. De gebrande omber bast van de dennenboom krijgt een snufje ultramarijn blauw. De zonnige kant van de rechterboom krijgt een warm wit terwijl de schaduwkant meer blauwig wordt gehouden.
De schaduwen op de voorgrond zijn blauwgrijs van kleur terwijl de lichte vlekken op het wegdek oranjewit zijn.

Hierbij dan de afbeelding van weer een landschap.



De tuinlieden, bij mij in de buurt aan het werk, waren enthousiast. En ook Daniela, en dat is de belangrijkste graadmeter, was lovend. Zou ik dan toch de slag te pakken krijgen. 

Più fiorentino

Kunst ligt in Florence bij wijze van spreken op straat, of beter gezegd: is maar één deur van de straat vandaan. Die éne deur, waarvan de Florentijnen de sleutel lang niet altijd op zak hebben. Het is boeiend om te ervaren, hoe deze stad haar overdaad aan kunst aan het publiek presenteert, c.q. voor haar verborgen houdt.

Een bezoek aan het Bigallo museum bijvoorbeeld is een hartverwarmende ervaring. Het kleine museumpje ligt in het hart van de stad op het domplein en huisvest van oudsher een charitatieve instelling: op deze plek werden de vondelingen van de stad opgevangen. De suppoost leidt persoonlijk rond en vertelt in rad Italiaans over de bijzondere kunstschatten die de broederschap bezit, bijvoorbeeld de draagbare triptiek van de Madonna van Bernard Daddi uit 1333:

 
Dit museum is  een unieke belevenis vooral door de betrokken, intelligente en enthousiaste rondleiding, ondanks de taalbarrière, en is voor altijd in ons hart gesloten. Een grotere tegenstelling dan het Uffizi is niet te denken!!  Dit wereldmuseum dat haar kunst nog presenteert als in in Nederland lang vergeten tijden. Uitpuilende zalen (in kunst en in bezoekers), een muffe atmosfeer en een beroerde belichting. Wees ook niet verwonderd als je wordt verzocht het museum te verlaten omdat er een personeelsvergadering is! Volgens Daniela gaat het museum beroerd om met haar personeel (slechte betaling en een chronische onderbezetting) en ontbreekt op het hoogste niveau de wil om er iets beters van te maken. Schande!
 
Het ontbreken van die (politieke) wil wreekt zich op méér plaatsen in de stad! Het museum van Orsanmichele is bijvoorbeeld alleen op maandag open en dat terwijl het zo'n belangrijke beeldencollectie herbergt. En dat is al een hele verbetering: tot voor enkele jaren was het museum helemaal voor het publiek gesloten. Navraag bij een vriendelijke suppoost leert, dat dit museum helemaal door vrijwilligers wordt gedraaid, net zoals bijvoorbeeld de Tekenacademie aan de overzijde. In Florence zijn hiervoor zo'n 300 vrijwilligers in touw, dames en heren van pensioengerechtigde leeftijd: vriendelijk, welwillend en gastvrij!
 
Dezelfde gastvrijheid kom je, schooiend door Florence, op meer plaatsen tegen. Je wordt gelokt en uirgenodigd om de kunst van de stad te beleven. Aanbevelingen zijn soms wat discutabel; zo zouden de fresco's in de Badia Fiorentina lijken op die van Fra Angelico in de San Marco?! Daar valt over te twisten, maar de pure eenvoud van dit duizend jaar oude klooster vergoedt veel, zo niet alles.



Johannes de Doper van Ghiberti in de Orsanmichele
 
Talloze kerken en kapelletjes bezit Florence, van duizelingwekkend rijk tot diep eenvoudig. Maar kunst bezitten ze allemaal en ze zijn er trots op. Naast de grote publiekstrekkers met lange wachtrijen zijn er de kleine juweeltjes die je vrij mag bezoeken voor een rustmoment of het bewonderen van hun fresco's, zoals in het Oratoria dei Buonomi di San Marino, een klein kapelletje in het oude hart van de stad, met fresco's uit het leven van de heilige Martinus, prachtig en in onitaliaanse staat van onderhoud (zie afbeelding beneden).Een bijdrage in het offerblok wordt gewaardeerd, voor de armen van de buurt, zo staat er te lezen! Dit is graag gegeven, van een weesgegroet alleen kan tenslotte niemand leven.
 
En dit kleine Florence met haar bijzondere hoekjes willen we graag bewaard en behouden zien, het geeft de stad zoveel schoonheid meer!
 
  

dinsdag 15 juli 2014

Boboli tuinen

Dinsdag 15 juli.

De Boboli tuinen zijn de komende dagen mikpunt van de schilderklas. Deze tuinen werden in de 16e eeuw aangelegd en worden beschouwd als de Koningin van de Toscaanse tuinen. In het grote aangelegde park staan overal verspreid kunstwerken en liggen vijvers en fonteinen. Er is een amfitheater, een uit Egypte meegenomen obelisk van Ramses II. Beroemd is de Grotta grande, een kunstmatig aangelegde grot van Buontalenti. In deze grot heeft hij allerlei fantasiefiguren verwerkt. De tuinen worden net als de Amerikaanse begraafplaats dagelijks onderhouden door een grote groep tuinlieden.

Het is best lastig om een mooi hoekje te vinden in deze aangelegde tuin. Na wat rondzwervingen kom ik uit bij een huis tussen donkere bomen. Het licht-donker effect is mooi en ik denk dat er wel iets van te maken is. Ik ben tevreden over de eerste opzet en heb inmiddels wel begrepen dat je het verschil tussen licht en donker niet groot genoeg kunt maken. Hoe meer contrast hoe spannender.

Eerste schets doorkijkje naar villa
Wat mij aantrok in dit tafereel was het licht dat speels over de weg dartelt en het heldere licht dat door de bomen schijnt. Als kijker heb je de neiging om het weggetje af te lopen om eens te gaan kijken bij het huis. Morgen verder met de afwerking en dan misschien tijd over om nog een klein hoekje te schilderen.

maandag 14 juli 2014

Maandag 14 juli


De derde week alweer. De tijd vliegt. Deze week schilderen we in de Boboli tuinen. Omdat de dag met regen is begonnen en de vooruitzichten onduidelijk zijn heeft Daniella ons meegenomen naar haar atelier in de buurt van de Porto Romana. Wat een geweldige plek. Prachtige modelstudies en stillevens hangen en staan overal. Ongelooflijk goed en fraai afgewerkt. Omdat het buiten regende zijn we met zelfstudie aan het werk gezet. Mijn manco was volgens Daniella dat ik teveel aandacht had voor details. Ik ken mezelf.
Zoals ze zelf zegt, je moet als schilder niet tussen de kijker en het schilderij gaan staan. Gun de kijker zijn eigen interpretatie en laat dingen in het ongewisse. Als je alle details invult dan wordt een landschap saai. Tot op zekere hoogte kan ik me daarin vinden. Het is in elk geval een bepaalde stijl van schilderen, de Florence stijl.
Ik krijg een boek in de handen gedrukt van een Russische schilder, Arkhip Kuindzhi (1842 - 1911). Deze schilder heeft zich in zijn landschappen toegelegd op het uitdrukken en schilderen van sfeerbeelden. Het is de bedoeling om zijn landschappen te bestuderen en een van de werken na te schilderen. Ik heb uit het boek gekozen voor een winterlandschap met enkele huizen waarvan de besneeuwde daken scherp afsteken tegen de donkerblauwe lucht. Dit is een goede oefening om je eigen schildertechniek te ontwikkelen en te verbeteren.
Kuindzhi heeft gebruik gemaakt van een donkere onderschildering waar overheen hij de lichtere kleuren heeft aangebracht. Het best is dat te zien waar hij met de achterkant van een penseel of met de punt van een paletmes krassen in de natte verf heeft gemaakt om takken van struiken en bomen te suggereren. Hierbij komt de donkere onderschildering weer terug.
Als het buiten te slecht weer is om te schilderen is dit een heel goed alternatief.
Onderstaand het resultaat van tweeënhalf uur schilderen.

Naar een landschap van Arkhip Kuindzhi
 

zaterdag 12 juli 2014

Pontormo





Pontormo: Visitazione di Carmignano


Pontormo kijken in Florence is voor doorzetters: het is een intensieve tocht langs niet al te bekende, donkere kerken als de San Michele Visdomoni, de Santa Felicità of de Santissima Annunziata met vaak onduidelijke openingstijden, interieurs met weinig licht en sissende kosters als ze fotocamera's of blote schouders ontwaren.
Pontormo, de Florentijnse schilder die we zo hard nodig hebben om iets te begrijpen van het maniërisme, die stroming in de kunst tussen hoog renaissance en barok, die zich zo lastig laat grijpen. Formeel weten we het wel: te lange lichamen met vreemde draaiingen, te kleine hoofden, felle kleuren; de afwijzing van logica en perfectionisme die in de renaissance was veroverd. Maar wat is dit maniërisme nu echt: hoe dit te herkennen en te begrijpen?

In het Palazzo Strozzi heeft men onze nood gevoeld en de tentoonstelling "Pontormo e Rosso Fiorentini: Divergentie vie della maniera" ingericht. De tentoonstelling laat ons zien hoe de schilders Pontormo en Rosso Fiorentino hun eigen uitdrukkingsmiddelen onderzochten na Michelangelo en Rafael en ieder tot een eigen, meer gekunstelde stijl kwamen met een verhevigde expressie ((Fiorentino) en verinnerlijkte sfeer (Pontormo) met bedwelmend felle kleuren. Beide schilders leverde dit een grote carrière op, met toch wisselend succes. Zo werd Fíorentino's werk: Madonna met vier heiligen geweigerd door de opdrachtgever, omdat de heiligen op duivels leken.
 
 
Speciaal voor deze tentoonstelling werd de beroemde "Visitazione di Carmignano" gerestaureerd. In haar volle glorie schittert dit schilderij aan het einde van de tentoonstelling en maakt het mysterieuze maniërisme volkomen inzichtelijk. Ideale vormen zijn losgelaten, de kleuren schitteren en schreeuwen, Maria en Elisabeth zijn niet langer ingetogen modelvrouwen in een hemelse sfeer, maar rijzige, levendige, zelfbewuste vrouwen in één van de meest dramatische ontmoetingsmomenten in de Bijbelse geschiedenis. In één woord: overweldigend. De video van Bill Viola uit 1195, die ook getoond wordt, zet het werk nog meer kracht bij.
 
 
 

donderdag 10 juli 2014

Donderdag 10 juli

De voorspellingen van het KIMI zijn net zo onbetrouwbaar als die van het KNMI. Het was prachtig weer vandaag dus hebben we voor niets onder de bogen zitten schilderen. Wel enorm veel mensen op de been dus je waant je even in Montmartre aan de Geul. Al die mensen die je op de vingers kijken en een gesprek aanknopen. Dat maakt het ook wel weer interessant. Ik heb mensen gesproken uit Argentinië, Brazilië, Amerika, Iran zelfs China. Daarover straks meer.

Nu eerst het schildertechnische aspect.
Daniela heeft denk ik een belangrijk onderwerp aangesneden. Bij het schilderen gaat het niet om het tot in detail naschilderen van een tafereel, landschap of stadsgezicht. Het is van belang om een sfeer weer te geven. Alles in haar schildermethode en in die van de Academie Florence is daar op gericht. Zodra een raam, deur, dak of gebouw eruit ziet zoals je dat op een foto ziet verliest de kijker zijn focus. De hersenen zeggen:" dat weet ik wel", en ze zijn geneigd om verder te kijken. Zodra je afwijkt van de realiteit of je suggereert iets met een kwaststreek dan wordt de aandacht getrokken. Een schilderij kan je dan boeien en je kunt je eigen fantasie gebruiken. De schilder staat dan niet meer tussen het schilderij en de kijker. Ik vond dat een essentiële les van vandaag.

Over China gesproken; ik sta onder de bogen van de Santa Annunziata te schilderen als er een Chinees meisje me aanspreekt. Ze studeert in China (Xangdong of zoiets) en ze vindt het werk wat ik aan het maken ben zo mooi dat ze dat wil kopen als cadeau voor haar professor. Ik leg uit dat dit een studie is en dat het geen afgewerkt schilderij is. Ze volhardt en wil het dolgraag kopen. We wisselen wat gegevens uit en spreken af dat ik met haar contact opneem als het schilderij droog is en klaar. Ze is nog een week in Florence dus dat gaat wel lukken. Ze droeg een mooi rood jurkje en ze heette Gao Xin. Ik heb haar op het schilderij vereeuwigd.

Doorkijkje naar de Dom

 
Boven de deur linksonder staat GOA XIN en in de deuropening staat ze met haar rode jurk.
Belangrijk in zo'n stadsgezicht zijn de perspectieflijnen en het verdwijnpunt. Zo krijg je diepte in het werk.